Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
22 december 2015.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag van 7 mei 2014. Het cassatieberoep is ingediend door de raadsman van verdachte, mr. J.Y. Taekema. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsman heeft hier schriftelijk op gereageerd.
De Hoge Raad heeft het middel van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat het middel niet leidt tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 22 december 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen door de Hoge Raad.