ECLI:NL:PHR:2015:2337
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens onjuiste adresverstrekking
Verzoeker werd door de Politierechter veroordeeld voor overtreding van de Wegenverkeerswet 1994 en stelde hoger beroep in. Het Gerechtshof Den Haag verklaarde hem niet-ontvankelijk omdat hij geen grieven had ingediend en niet was verschenen. De dagvaarding in hoger beroep was verzonden naar een adres dat verzoeker zelf had opgegeven, maar dat achteraf onjuist bleek.
De Hoge Raad overwoog dat verzoeker zelf verantwoordelijk is voor het juist doorgeven van zijn adres en dat het hof terecht aannam dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend. Er was geen reden om aan te nemen dat het hof onzorgvuldig had gehandeld of dat de dagvaarding niet rechtsgeldig was.
Ook het verweer dat verzoeker verweer wilde voeren tegen de voorwaardelijke straf faalde, omdat de overheid voldoende inspanningen had geleverd om verzoeker in de gelegenheid te stellen aanwezig te zijn. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde het arrest van het hof.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens onjuiste adresverstrekking en rechtsgeldige betekening van de dagvaarding.