ECLI:NL:HR:2015:379

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 februari 2015
Publicatiedatum
19 februari 2015
Zaaknummer
14/03869
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.A.C.A. Overgaauw
  • C.B. Bavinck
  • L.F. van Kalmthout
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake vennootschapsbelasting aanslagen

Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 juni 2014. In deze procedure ging het om de aanslagen vennootschapsbelasting opgelegd voor de jaren 2001, 2004, 2005 en 2006, alsmede een navorderingsaanslag over het jaar 2003. De zaak betrof het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank te Leeuwarden.

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en de conclusie van repliek van belanghebbende. Na beoordeling van het ingediende middel oordeelde de Hoge Raad dat het middel niet tot cassatie kon leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Ten aanzien van proceskosten oordeelde de Hoge Raad dat er geen gronden waren voor een veroordeling in de proceskosten. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en bevestigde daarmee de eerdere uitspraken van lagere instanties.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de belastingaanslagen blijven in stand.

Uitspraak

20 februari 2015
Nr. 14/03869
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 24 juni 2014, nrs. 12/00164, 12/00165, 12/00166, 12/00167 en 12/00168, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Leeuwarden (nrs. AWB 10/940, 10/941, 10/942, 10/943 en 10/944) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2001, 2004, 2005 en 2006 opgelegde aanslagen in de vennootschapsbelasting en de over het jaar 2003 opgelegde navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2015.