Uitspraak
wonende te [woonplaats]
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
beiden wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
Zij hebben aangevoerd, voor zover in cassatie van belang, dat de dertiende penning door de koper is verschuldigd (i) door het sluiten van de koop en niet pas bij de levering, althans (ii) door het vestigen van een recht van erfpacht. Meer subsidiair hebben zij aangevoerd (iii) dat de vestiging van het erfpachtrecht in dit geval met de verkrijging van de juridische eigendom is gelijk te stellen, althans (iv) dat de door [verweerder] c.s. gevolgde weg om betaling van de dertiende penning te ontlopen, misbruik van recht oplevert.
Het naastingsrecht is echter al lange tijd in onbruik en met ingang van 1 januari 1985 afgeschaft op grond van art. 1 lid 3 Wet Pro opheffing dertiende penning. Aan de destijds bestaande praktijk dat de verkoper de koopovereenkomst diende te melden en dat, indien van het naastingsrecht gebruik werd gemaakt, dit diende te geschieden vóór het tijdstip waarop de levering en de betaling van de dertiende penning zouden plaatsvinden, komt daarom geen doorslaggevende betekenis meer toe.
Die praktijk dateert nog van vóór de verplichte levering van onroerende zaken bij notariële akte.
4.Beslissing
20 februari 2015.