ECLI:NL:HR:2015:399

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 februari 2015
Publicatiedatum
20 februari 2015
Zaaknummer
14/01473
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 407 RvArt. 3:314 lid 1 BWArt. 3:306 BWArt. 3:13 BW
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in ontruimingszaak gekraakt pand met beroep op verjaring en misbruik van recht

In deze zaak vorderen eisers de ontruiming van een gekraakt pand dat in bezit is van De Principaal B.V. De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam met vonnissen in juni en december 2012, gevolgd door een arrest van het gerechtshof Amsterdam in januari 2014. Het hof wees de vordering toe en wees het beroep van de krakers op verjaring en misbruik van recht af.

Eisers stelden cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, waarbij De Principaal verstek liet gaan. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep op grond van artikel 81 lid 1 RO Pro. De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden, mede omdat deze geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad veroordeelde de eisers in de kosten van het cassatiegeding, met nihil aan de zijde van De Principaal. Het arrest werd op 20 februari 2015 gewezen door raadsheren Van Buchem-Spapens (voorzitter), Drion en Polak, en in het openbaar uitgesproken door Polak.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

20 februari 2015
Eerste Kamer
nr. 14/01473
LZ/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiseres 1],
2. [eiser 2],
3. [eiser 3],
allen wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. M.A.R. Schuckink Kool,
t e g e n
DE PRINCIPAAL B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en De Principaal.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 512918/HA ZA 12-356 van de rechtbank Amsterdam van 13 juni 2012 en 5 december 2012;
b. het arrest in de zaak 200.120.823/01 SKG van het gerechtshof Amsterdam van 7 januari 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen De Principaal is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Principaal begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
20 februari 2015.