Conclusie
1.[eiseres 1],
[eiser 2],
[eiser 3],
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een vordering tot ontruiming van het Slangenpand te Amsterdam, dat sinds 1983 gekraakt wordt en eigendom is van De Principaal B.V. De krakers, waaronder [eiser 3], beriepen zich op verjaring van de vordering tot opheffing van de onrechtmatige bewoning na twintig jaar. Het hof Amsterdam oordeelde dat dit beroep op verjaring misbruik van recht oplevert, omdat het de eigenaar zou dwingen een onrechtmatige situatie blijvend te dulden zonder vergoeding.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht een belangenafweging heeft gemaakt op grond van artikel 3:13 BW Pro en dat het beroep op verjaring in dit geval niet toekomt. De Hoge Raad wijst erop dat misbruik van bevoegdheid niet alleen in het aansprakelijkheidsrecht geldt, maar ook in andere rechtsgebieden, zoals hier bij verjaring. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het standpunt van de krakers dat zij als bezitters moeten worden aangemerkt te laat en onvoldoende onderbouwd is aangevoerd.
De Hoge Raad verwerpt de cassatieklachten en bevestigt het arrest van het hof Amsterdam van 7 januari 2014. Hiermee wordt het vonnis van de rechtbank Amsterdam dat de ontruiming toewijst bekrachtigd. De krakers kunnen zich niet beroepen op verjaring om het pand te blijven bewonen, omdat dit misbruik van recht oplevert.
Uitkomst: Het beroep van de krakers op verjaring wordt verworpen als misbruik van recht en de vordering tot ontruiming wordt toegewezen.