Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede middel
3.Beoordeling van het derde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
13 januari 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, Economische Kamer, waarin een geldboete van €10.000,- en subsidiair 85 dagen hechtenis was opgelegd. De Hoge Raad heeft het beroep grotendeels verworpen, maar geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro in de cassatiefase was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden.
Deze overschrijding leidde tot een vermindering van de opgelegde geldboete en de duur van de vervangende hechtenis. De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de geldboete en de duur van de hechtenis en stelde deze vast op €9.500,- en 82 dagen hechtenis respectievelijk.
De overige middelen van cassatie werden verworpen omdat zij geen rechtsvragen opriepen die beantwoording behoefden in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, en de zaak werd behandeld in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De geldboete en de duur van de vervangende hechtenis zijn verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.