ECLI:NL:HR:2015:515

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 maart 2015
Publicatiedatum
3 maart 2015
Zaaknummer
13/03482
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in strafzaak zonder nadere motivering

De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 18 februari 2013. De advocaat van verdachte heeft middelen van cassatie ingediend, die zijn beoordeeld door de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die relevant zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom is het beroep verworpen.

Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 3 maart 2015.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, het hofarrest blijft in stand.

Uitspraak

3 maart 2015
Strafkamer
nr. S 13/03482
LBS/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 18 februari 2013, nummer 22/003014-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. E. IJspeerd, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 maart 2015.