Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
10 maart 2015.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 maart 2014. Namens de verdachte heeft mr. R.J. Baumgardt middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering was nadere motivering niet vereist, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd. Het arrest is gewezen door raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan, N. Jörg en V. van den Brink op 10 maart 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd.