Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
13 januari 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd vrijgesproken van het bezit en verspreiden van voorwetenschap over kwartaalcijfers van [A] N.V. in april 2006. Verdachte zou informatie hebben gedeeld die nog niet openbaar was en koersgevoelig was, wat volgens het hof niet het geval was omdat de informatie reeds op 27 maart 2006 in een trading update openbaar was gemaakt.
Het hof oordeelde dat de kwartaalcijfers en het persbericht van 18 april 2006 koersgevoelige informatie bevatten, maar dat deze informatie reeds openbaar was gemaakt via de trading update, die kenbaar was voor het beleggend publiek. Hierdoor ontbrak het vereiste van niet-openbaarheid van de informatie, essentieel voor het begrip voorwetenschap.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. De motivering van het hof was toereikend en niet onjuist, waarbij werd gewezen op de definitie van koersgevoelige informatie en de criteria voor openbaarmaking. De verdachte werd daarmee definitief vrijgesproken van het ten laste gelegde.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak omdat de koersgevoelige informatie reeds openbaar was gemaakt.