ECLI:NL:HR:2011:BP2551
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- W.M.E. Thomassen
- W.F. Groos
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid handel met voorwetenschap bij overnameplannen houdstervennootschappen
De zaak betreft handel met voorwetenschap door de verdachte, directeur van Veer Palthe Voûte N.V. (VPV), in effecten van houdstervennootschappen die plannen hadden tot overname en fiscale vaststellingsovereenkomsten met het Ministerie van Financiën. Het hof stelde vast dat vanaf 17 september 1999 sprake was van een koersgevoelige bijzonderheid, namelijk de concrete en vergevorderde onderhandelingen over de fiscale afwikkeling van een overnamebod.
De verdachte en VPV verrichtten in de periode van 18 september tot 3 december 1999 diverse transacties in aandelen van de fondsen TG Petroleumhaven (TGP), TG Oliehaven (TGO) en andere houdsters, terwijl zij beschikten over niet-openbare, koersgevoelige informatie. De Hoge Raad bevestigde dat het begrip 'bijzonderheid' in art. 46 Wte Pro 1995 inhoudelijk overeenkomt met 'concrete informatie' uit de Europese richtlijn marktmisbruik en dat openbaarmaking van deze informatie een aanzienlijke invloed op de koers zou kunnen hebben.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht geen causaal verband eiste tussen de voorwetenschap en de transacties, dat de bewezenverklaringen voldoende waren en dat de koersgevoeligheid objectief was vastgesteld. De strafrechtelijke veroordeling bleef in stand, maar de geldboete en vervangende hechtenis werden verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het arrest bevestigt de juridische kaders rond handel met voorwetenschap en de toepassing van Europese richtlijnen in Nederlandse wetgeving.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor handel met voorwetenschap en vermindert de geldboete tot €60.750 en de vervangende hechtenis tot 320 dagen.