Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
13 januari 2015.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een verstekarrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 5 november 2012. De advocaat van de verdachte heeft een middel van cassatie voorgesteld, dat aan het arrest is gehecht. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het hof bevestigd. Het arrest is gewezen door de raadsheren J. de Hullu (voorzitter), H.A.G. Splinter-van Kan en V. van den Brink, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 13 januari 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het verstekarrest van het hof bevestigd.