De zaak betreft de vraag of de Verordening Rioolrecht 2006 van de gemeente Nijmegen onverbindend is vanwege het overschrijden van de opbrengstlimiet, met name door de dotatie aan een schommelfonds voor vervangingsinvesteringen.
Het Hof oordeelde dat de dotatie aan het schommelfonds niet tot de lasten van 2006 gerekend mocht worden, omdat het fonds niet spaart voor toekomstige investeringen maar het bedrag nog in hetzelfde jaar werd afgeboekt. De Hoge Raad stelt echter dat de handelwijze van de gemeente in overeenstemming is met de richtlijnen van de Commissie BBV en de comptabiliteitsvoorschriften.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verklaart het beroep van het College ongegrond, waarmee wordt bevestigd dat er geen sprake is van overschrijding van de opbrengstlimiet. De klachten van belanghebbende in het incidentele hoger beroep blijven buiten behandeling.
Er worden geen proceskosten aan partijen opgelegd. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en op 16 januari 2015 openbaar uitgesproken.