Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2015:687

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 maart 2015
Publicatiedatum
20 maart 2015
Zaaknummer
14/00372
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt immuniteit van jurisdictie van internationale organisatie

De zaak betreft een cassatieberoep van eiseres tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag in een geschil met het Iran-United States Claims Tribunal, een internationale organisatie gevestigd te 's-Gravenhage. Het geschil draait om de vraag of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft jegens deze internationale organisatie, waarbij de immuniteit van jurisdictie centraal staat.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin de immuniteit van internationale organisaties is bevestigd en overweegt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. De advocaat-generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen en het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep buiten bespreking te laten.

De Hoge Raad volgt dit advies, verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiseres in de kosten van het geding. Hiermee wordt de immuniteit van jurisdictie van het Iran-United States Claims Tribunal bevestigd en wordt de Nederlandse rechterlijke macht geweerd van verdere behandeling van de zaak.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de immuniteit van jurisdictie van het Iran-United States Claims Tribunal.

Uitspraak

20 maart 2015
Eerste Kamer
14/00372
TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. K.G.W. van Oven,
t e g e n
IRAN-UNITED STATES CLAIMS TRIBUNAL,
zetelende te's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. G.R. den Dekker.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en het Tribunaal.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 1099663/11-26130 van de kantonrechter te 's-Gravenhage van 13 februari 2012;
b. het arrest in de zaak 200.103.895/01 van het gerechtshof Den Haag van 17 september 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. Het Tribunaal heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep en tot het buiten bespreking laten van het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 5 februari 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van de middelen in het principale beroep

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu de middelen in het principale beroep falen, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
in het principale beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Tribunaal begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
20 maart 2015.