Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
6 januari 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld voor het bevorderen van het opzettelijk binnenbrengen van circa 9,9 kilogram cocaïne in Nederland. Het Hof baseerde zich op diverse bewijsmiddelen, waaronder telefoongegevens, ontmoetingen op Schiphol, en het gebruik van een herkenningsmiddel (boek 'De Celestijnse Belofte').
De verdediging voerde aan dat de verdachte slechts een gering bedrag voor een kennis had ontvangen en geen opzet had op de invoer van drugs. Het Hof verwierp dit verweer als ongeloofwaardig en concludeerde tot bewezen opzet.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het Hof onvoldoende gemotiveerd heeft waarom het bewezenverklaarde opzet op het bevorderen van de invoer van cocaïne kan worden aangenomen. De enkele afwijzing van de verklaring van de verdachte is niet voldoende om het opzet te bewijzen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het Hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling en beslissing.
Uitkomst: Arrest Hof vernietigd wegens onvoldoende motivering opzet, zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.