Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in het hoger beroep
3.Tenlastelegging
4.Vonnis waarvan beroep
5.Bewijsoverweging
(het hof begrijpt: 19:00 uur)waarmee de gebruiker van de schutterstelefoon akkoord ging. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] waren in de middag op en rondom het [straat 1].
(het hof begrijpt: de coffeeshop)Sensimilia onder een auto hebben gegooid. Bij het schiethandenonderzoek diezelfde middag heeft de verdachte verklaard dat toen hij broodjes was gaan halen terwijl hij op een maat aan het wachten was, opeens een gozer zag aan komen rennen die iets tussen de auto’s weggooide, een telefoon of zo, en toen “ruzie, ruzie. ruzie”. Deze verklaringen wijken aanzienlijk af van de verklaringen die de verdachte vervolgens heeft afgelegd. Pas ’s avonds rond 19:30 uur heeft de verdachte namelijk verklaard dat hij met de accu van een auto bezig was, welke auto van twee mannen was, die op dat moment zijn auto hebben gepakt en zijn weggereden. Opmerkelijk is dat verdachte pas op dat moment met het verhaal komt waar hij vanaf dat moment steeds bij gebleven is, namelijk dat hij een auto repareerde van twee mannen, die op enig moment met zijn eigen auto waarin zijn kleding lag zijn weggereden en na enige tijd in alle haast weer terugkwamen en met de door hem gerepareerde auto zijn verdwenen. Opmerkelijk is ook dat hij pas tijdens zijn derde verhoor op 1 november 2019 heeft verklaard dat hij bij het repareren van de auto zijn eigen kleding had verwisseld voor werkkleding.
De verdachte komt de pizzeria binnengelopen, zijn rechterhand houdt hij voor zijn middel/kruis.
Bij het raam staan een getuige en [slachtoffer 1]. Aan de bar zit [slachtoffer 2].
De verdachte loopt recht op [slachtoffer 2] af en heeft in zijn rechterhand een vuurwapen vast.
De verdachte laadt het vuurwapen door en schiet vervolgens richting [slachtoffer 2].
[slachtoffer 2] verdedigt zichzelf door een barkruk richting de verdachte te gooien waarna een worsteling ontstaat tussen de verdachte en [slachtoffer 2].
Hierbij wordt door de verdachte nog tweemaal geschoten.
[slachtoffer 1] houdt de verdachte van achter vast aan zijn jas.
[slachtoffer 2] komt ten val en [slachtoffer 1] heeft de verdachte nog vast aan zijn jas.
De verdachte brengt het vuurwapen achter zijn rug, schiet en raakt hierbij [slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] komt direct ten val.
[slachtoffer 2] weet dan achter de bar te vluchten.
De verdachte kijkt nog richting [slachtoffer 2] en richt het vuurwapen daarbij richting [slachtoffer 2] maar verlaat de zaak.
6.Bewezenverklaring
7.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
8.Strafbaarheid van de verdachte
9.Oplegging van straf
10.Beslag
11.Vorderingen van de benadeelde partijen
12.Toepasselijke wettelijke voorschriften
gevangenisstrafvoor de duur van
28 (achtentwintig) jaren.
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
teruggaveaan [slachtoffer 2] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
€ 20.000,00 (twintigduizend euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 20.000,00 (twintigduizend euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 70.917,16 (zeventigduizend negenhonderdzeventien euro en zestien cent) bestaande uit € 20.917,16 (twintigduizend negenhonderdzeventien euro en zestien cent) materiële schade en € 50.000,00 (vijftigduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro).
€ 27.306,97 (zevenentwintigduizend driehonderdzes euro en zevenennegentig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.