Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 2 september 2014, waarin het hof uitspraak deed over het hoger beroep tegen belastingaanslagen over de jaren 2006 en 2007. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Verder achtte de Hoge Raad geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest werd gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2015.
De uitspraak bevestigt daarmee de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag en sluit het geschil over de opgelegde aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2006 en 2007 definitief af.