ECLI:NL:HR:2015:77

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 januari 2015
Publicatiedatum
15 januari 2015
Zaaknummer
14/04089
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk inzake inkomstenbelasting 2009

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 4 juli 2014 inzake het verzet tegen de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2009.

De Hoge Raad heeft beoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Op basis van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Het arrest is op 16 januari 2015 in het openbaar uitgesproken door raadsheren C. Schaap (voorzitter), M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, met waarnemend griffier F. Treuren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of geen kans van slagen.

Uitspraak

16 januari 2015
Nr. 14/04089
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Zeeland-West-Brabantvan 4 juli 2014, nr. BRE 13/5792, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 15 januari 2014 betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2009 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2015.