Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
31 Maart 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een verstekvonnis van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch in hoger beroep. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte verstek heeft verleend omdat niet is voldaan aan de vereisten van art. 588a Sv omtrent de juiste adressering van de appeldagvaarding.
Uit de stukken blijkt dat verdachte een schriftelijke volmacht heeft verstrekt met een adres waar mededelingen over de strafzaak naartoe konden worden gezonden, maar dat de appeldagvaarding niet aan dat adres is toegezonden. Het hof heeft nagelaten te onderzoeken of het onderzoek ter terechtzitting geschorst moest worden om verdachte alsnog in de gelegenheid te stellen aanwezig te zijn.
Dit verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de daarop gebaseerde uitspraak. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting.