Uitspraak
zetelende te Simpelveld,
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
3 april 2015.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal de vraag of de verjaring van bestuursrechtelijke dwangsommen kan worden gestuit door een invorderingsbeschikking van het bestuursorgaan. De Gemeente Simpelveld had aan de verweerder een last onder dwangsom opgelegd wegens het zonder vergunning bouwen van een schuur. De dwangsommen waren verbeurd, maar de verweerder stelde dat de vordering tot betaling was verjaard.
De Gemeente had een invorderingsbeschikking genomen en daarop bezwaar gemaakt, maar de verweerder betwistte de invordering en stelde dat de verjaring was voltooid. De voorzieningenrechter wees het verzoek van de verweerder af, maar het hof verbood de verdere executie van het dwangbevel, omdat de verjaring was voltooid.
De Hoge Raad bevestigt dat op de verjaring van dwangsommen de regeling van afdeling 4.4.3 van de Awb van toepassing is, die limitatief bepaalt op welke wijzen stuiting mogelijk is. Een invorderingsbeschikking is geen stuitingshandeling en kan ook niet worden gelijkgesteld met een aanmaning. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de Gemeente en bevestigt het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep van de Gemeente af en bevestigt dat de verjaring van de dwangsommen is voltooid, waardoor verdere executie verboden is.