ECLI:NL:RVS:2013:2626
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens verjaring invordering dwangsom
Het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk legde een dwangsom van €50.000,- op aan belanghebbende wegens het niet verwijderen van een bedrijfsinstallatie op een perceel. De dwangsom werd verbeurd op 9 januari 2012. Het college weigerde tot invordering over te gaan en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het college onterecht weigerde de dwangsom te innen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat de bevoegdheid tot invordering van de dwangsom op het moment van de aangevallen uitspraak was verjaard, omdat de verjaring niet was gestuit of verlengd conform de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor was het belang bij inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep komen te vervallen.
De Afdeling wees erop dat appellant in dergelijke situaties het college kan verzoeken de verjaring te stuiten of uitstel van betaling te verlenen, en bij afwijzing hiervan een voorlopige voorziening kan vragen. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring van de bevoegdheid tot invordering van de dwangsom.