ECLI:NL:HR:2015:834

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 april 2015
Publicatiedatum
2 april 2015
Zaaknummer
14/05916
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatieWet werk en bijstand
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in WWB-zaak

In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal dat was ingesteld tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep betreffende besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg op grond van de Wet werk en bijstand (WWB).

De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en oordeelde dat het voorgestelde middel geen behandeling in cassatie rechtvaardigde. Dit was omdat de partij die het cassatieberoep had ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang had bij het cassatieberoep, dan wel omdat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kon leiden.

Gelet op artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na het horen van de Procureur-Generaal, verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in aanwezigheid van waarnemend griffier F. Treuren, op 3 april 2015.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of omdat het middel niet tot cassatie kan leiden.

Uitspraak

3 april 2015
Nr. 14/05916
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X1]en
[X2]te
[Z](hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 7 oktober 2014, nrs. 13/5039 WWB en 13/5092 WWB, op de hoger beroepen van belanghebbenden tegen de uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. 13/1706 en 13/1707) betreffende besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg ingevolge de Wet werk en bijstand.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat het voorgestelde middel geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2015.