Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
7 april 2015.
Hoge Raad
De verdachte, geboren in 1987, stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 3 december 2013 in een strafzaak. Namens de verdachte diende mr. A. Boumanjal een middel van cassatie in. De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen oproept die relevant zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom wordt het beroep verworpen.
Het arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en raadsheren J. de Hullu en N. Jörg, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 7 april 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen door de Hoge Raad.