Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beslissing
7 april 2015.
Hoge Raad
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin hij werd veroordeeld. Het beroep richtte zich onder meer op een discrepantie tussen de verklaring van de verdachte tijdens de terechtzitting in hoger beroep en de weergave daarvan in het proces-verbaal.
De Hoge Raad oordeelde dat deze discrepantie niet tot cassatie kan leiden, omdat de overige bewijsvoering voldoende was om de veroordeling te dragen. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het beroep werd gevolgd.
Het tweede middel werd eveneens verworpen zonder nadere motivering, aangezien het geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte. Het arrest werd uitgesproken door de strafkamer van de Hoge Raad op 7 april 2015.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van het gerechtshof.