Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid
4.Beslissing
27 mei 2016.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond de tussentijdse beëindiging van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) centraal, vanwege het niet nakomen van de sollicitatieplicht zoals bedoeld in artikel 350 lid 3 Faillissementswet Pro. De verzoeker had tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beroep in cassatie ingesteld.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Overijssel en het arrest van het gerechtshof dat aan het arrest is gehecht. De Procureur-Generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 80a lid 1 van het Wetboek van Rechtsvordering.
De Hoge Raad overweegt dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de verzoeker klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk, conform artikel 80a lid 1 RO.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang bij het beroep.