Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
31 mei 2016.
Hoge Raad
Klaagster heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant van 2 oktober 2015, betreffende een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv. Het geschil betreft een beslag gelegd onder een advocatenkantoor.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarop de raadsheren schriftelijk hebben gereageerd. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
De Hoge Raad bevestigt daarmee de beschikking van de rechtbank en wijst het beroep af. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 31 mei 2016.
Uitkomst: Het cassatieberoep van klaagster wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank bevestigd.