ECLI:NL:HR:2016:1026

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 mei 2016
Publicatiedatum
31 mei 2016
Zaaknummer
15/04858
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 94 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep in cassatie tegen beslag onder advocatenkantoor

Klaagster heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant van 2 oktober 2015, betreffende een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv. Het geschil betreft een beslag gelegd onder een advocatenkantoor.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarop de raadsheren schriftelijk hebben gereageerd. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

De Hoge Raad bevestigt daarmee de beschikking van de rechtbank en wijst het beroep af. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 31 mei 2016.

Uitkomst: Het cassatieberoep van klaagster wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

31 mei 2016
Strafkamer
nr. S 15/04858 Bv
AGE/AJ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 2 oktober 2015, nummer RK 14/1937, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klaagster], gevestigd te [plaats].

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben J.G. Geertsma en Th.O.M. Dieben, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
31 mei 2016.