ECLI:NL:RBOBR:2015:5650
Rechtbank Oost-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring klaagschrift inzake verschoningsrecht bij inbeslagname
Klaagster diende een klaagschrift in tegen de inbeslagname van voorwerpen die in gebruik waren bij een advocaat die voorheen aan haar kantoor verbonden was. Het klaagschrift betrof een beroep op het verschoningsrecht om teruggave van de voorwerpen te verkrijgen.
De rechtbank oordeelde dat klaagster als beslagene ontvankelijk is in het klaagschrift, maar dat het verschoningsrecht uitsluitend toekomt aan de advocaat zelf, als verschoningsgerechtigde. Dit volgt uit eerdere rechtspraak van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2013:BX4284).
Omdat klaagster niet de verschoningsgerechtigde is, kan zij zich niet met vrucht beroepen op het verschoningsrecht. Alleen de advocaat kan dit doen. De rechtbank wees het verzoek af om de deken van de Orde van Advocaten en de advocaat te horen, omdat dit niet relevant was voor de beslissing.
Het klaagschrift werd ongegrond verklaard en de teruggave van de voorwerpen werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard omdat alleen de advocaat zelf het verschoningsrecht kan inroepen.