ECLI:NL:HR:2016:1045

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juni 2016
Publicatiedatum
2 juni 2016
Zaaknummer
15/04756
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in WWB-zaak gemeente Capelle aan den IJssel

Belanghebbende uit Suriname heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 1 september 2015, die zelf het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam. De zaak betreft besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Capelle aan den IJssel op grond van de Wet werk en bijstand (WWB).

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie inhoudelijk beoordeeld op ontvankelijkheid en is tot het oordeel gekomen dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten evident niet tot cassatie kunnen leiden.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na gehoord te hebben de Procureur-Generaal, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 3 juni 2016 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Treuren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of evidente kansloosheid van de klachten.

Uitspraak

3 juni 2016
Nr. 15/04756
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z], Suriname (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 1 september 2015, nrs. 14/3788 WWB en 14/5772 WWB, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (nr. 13/6220) betreffende besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Capelle aan den IJssel ingevolge de Wet werk en bijstand.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2016.