Uitspraak
OVERWEGINGEN
Hoger beroep
Nader besluit
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
- verklaart het beroep tegen het besluit van 11 juni 2014 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving sinds 1998 bijstand en was gehuwd met A, die in Suriname woonde. Naar aanleiding van een aanvraag voor een remigratie-uitkering en onderzoek door de gemeente Capelle aan den IJssel werd geconcludeerd dat appellante vanaf 12 november 2012 niet langer duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot. Het college trok daarom de bijstand in en vorderde kosten terug.
De rechtbank oordeelde dat appellante tot 11 november 2012 wel duurzaam gescheiden leefde, maar vanaf die datum niet meer. Het college voerde incidenteel hoger beroep tegen dit oordeel voor de periode daarvoor, waarbij het huisbezoek en verklaringen van appellante werden betrokken.
De Centrale Raad oordeelde dat het bewijs verkregen tijdens het huisbezoek onrechtmatig was vanwege het ontbreken van informed consent en daarom niet mocht worden betrokken bij de beoordeling van de periode tot 11 november 2012. Het enkele verblijf van A bij appellante gedurende enkele maanden in 2009 was onvoldoende om duurzaam gescheiden leven te ontkennen. Het hoger beroep van het college werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
De Raad concludeerde dat appellante vanaf 12 november 2012 niet duurzaam gescheiden leefde en dat het college terecht de bijstand vanaf die datum introk en terugvorderde. Het beroep tegen het terugvorderingsbesluit van 11 juni 2014 werd ongegrond verklaard. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugvorderingsbesluit wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.