ECLI:NL:HR:2016:1048

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juni 2016
Publicatiedatum
2 juni 2016
Zaaknummer
15/05729
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieGemeentewet 225Gemeentewet 234
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake parkeerbelasting naheffingsaanslag gemeente Amsterdam

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 5 november 2015, waarin het hoger beroep van de heffingsambtenaar tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam werd behandeld. Het geschil betreft een opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting.

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist, omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad acht geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Tevens is een griffierecht van €497 opgelegd aan het College.

Deze uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen van lagere rechterlijke instanties en maakt een einde aan het geschil over de naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Amsterdam.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie van het College ongegrond en bevestigt het arrest van het Gerechtshof Amsterdam.

Uitspraak

3 juni 2016
Nr. 15/05729
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam(hierna: het College) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 5 november 2015, nr. 15/00274, op het hoger beroep van de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. AMS 14/6799) betreffende de aan
[X]te
[Z]opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente Amsterdam.

1.Geding in cassatie

Het College heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 26 februari 2016, nr. 15/03528, ECLI:NL:HR:2016:316, BNB 2016/79).

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2016.
Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam wordt een griffierecht geheven van € 497.