ECLI:NL:HR:2016:1055

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juni 2016
Publicatiedatum
2 juni 2016
Zaaknummer
16/00092
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wet werk en bijstandArt. 80 Wet werk en bijstand
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake Wet werk en bijstand

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, waarin een hoger beroep werd behandeld over een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder op grond van de Wet werk en bijstand.

De Hoge Raad beoordeelde de klachten van belanghebbende en stelde vast dat het cassatieberoep niet was ingesteld wegens schending of verkeerde toepassing van artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, van de Wet werk en bijstand, noch van de daarop berustende bepalingen. Hierdoor konden de klachten niet leiden tot cassatie.

De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig om proceskosten aan belanghebbende toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Schaap, Groeneveld en van Hilten en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2016.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond wegens het ontbreken van schending of verkeerde toepassing van de relevante wetsbepalingen.

Uitspraak

3 juni 2016
Nr. 16/00092
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 22 december 2015, nr. 13/1349 WWB, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. 11/2617) betreffende een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder ingevolge de Wet werk en bijstand.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

Ingevolge artikel 80, lid 1, van de Wet werk en bijstand kan beroep in cassatie worden ingesteld tegen uitspraken van de Centrale Raad ter zake van schending of verkeerde toepassing van artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, van die wet en de daarop berustende bepalingen.
Het onderhavige cassatieberoep is echter niet ingesteld ter zake van schending of verkeerde toepassing van voormelde bepalingen. De klachten kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2016.