ECLI:NL:CRVB:2015:4737
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende wooninformatie en juiste inschrijving GBA
Appellant vroeg op 20 juni 2011 bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), waarbij hij aangaf zwervend te zijn en bij familie of kennissen te logeren. De gemeente Den Helder voerde een onderzoek uit en concludeerde dat appellant over een adres beschikt zoals bedoeld in de Wet GBA, maar onvoldoende concrete informatie gaf over zijn feitelijke woon- en leefsituatie. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en werd de aanvraag afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het van essentieel belang is dat duidelijkheid bestaat over de woon- en verblijfplaats van de belanghebbende en dat de aanvrager hierover de nodige duidelijkheid moet verschaffen, ook als deze dakloos is.
Appellant voerde aan dat de WWB onderscheid maakt tussen daklozen met en zonder woonadres, wat in strijd zou zijn met artikel 14 EVRM Pro. De Raad oordeelde dat het recht op bijstand gekoppeld is aan een juiste inschrijving in de GBA, zodat het college de feitelijke woon- en leefsituatie kan verifiëren, en dat dit geen verboden onderscheid oplevert. Andere internationale verdragsbepalingen en het Handvest van de grondrechten van de EU werden eveneens verworpen als grond voor appellant. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd wegens onvoldoende informatie over de woon- en leefsituatie en juiste inschrijving in de GBA.