Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
7 juni 2016.
Hoge Raad
De betrokkene heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 november 2014, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel was toegewezen.
Namens de betrokkene heeft advocaat E.E.W.J. Maessen middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren van de Hoge Raad en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 7 juni 2016. Het beroep wordt verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.