Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof de schatting van het uit de verkoop van cocaïne verkregen voordeel ontoereikend heeft gemotiveerd, aangezien het hof ontoereikend gemotiveerd heeft aangenomen dat er maandelijks cocaïne werd geleverd.
€ 42.840 (-/-)
tweede middelbevat de klacht dat het hof de schatting van het uit de verkoop vanuit de coffeeshop verkregen voordeel ontoereikend heeft gemotiveerd, aangezien het hof ontoereikend gemotiveerd heeft aangenomen dat er per maand een bedrag van € 50,- aan personeelskosten voor het inpakken van verdovende middelen werd betaald.
€ 4.050,-
€ 3.600,-
€ 4.050,-
daarnaastvoor het inpakken in kleine zakjes vanaf 2003 per maand € 50,- is betaald.
derde middelbehelst de klacht dat het hof bij de schatting van het uit de verkoop vanuit de coffeeshop verkregen voordeel het verweer van de verdediging, inhoudende dat de betrokkene een langere periode niet in Kerkrade is geweest en daardoor minder voordeel heeft genoten, ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen door te overwegen dat het verweer op geen enkele wijze door de verdediging is onderbouwd.
vierde middelbevat de klacht dat het hof de toerekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel aan de betrokkene ontoereikend heeft gemotiveerd, omdat het hof de verdeling van het totale wederrechtelijk verkregen voordeel heeft gezet in de sleutel van de hoogte van de aan de betrokkene en zijn medeveroordeelden opgelegde gevangenisstraffen.