Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2016:1165

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2016
Publicatiedatum
10 juni 2016
Zaaknummer
15/00704
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 10:119 BWArt. 3 Wet conflictenrecht corporaties (oud)Art. 4 lid 3 Rome II
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt toepasselijkheid van art. 4 lid 3 Rome II bij onrechtmatig handelen bestuurder vennootschap

In deze zaak stond centraal de vraag welk recht van toepassing is op onrechtmatig handelen van een bestuurder van een vennootschap, waarbij de Hoge Raad moest bepalen of dit recht wordt bepaald volgens art. 10:119 BW Pro (oud art. 3 Wet Pro conflictenrecht corporaties) of art. 4 lid 3 van Pro de Rome II-verordening.

De procedure begon bij de rechtbank Utrecht met meerdere vonnissen en vervolgde bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat op 21 oktober 2014 arrest wees. Tegen dit arrest stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Verweerder, de vennootschap naar Chileens recht, was in cassatie verstek gebleven.

De Hoge Raad overwoog dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden en dat het niet nodig was om de rechtsvragen nader te motiveren omdat deze niet van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad bevestigde daarmee de eerdere beslissingen en wees het cassatieberoep af.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2016. Eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die nihil werden begroot aan de zijde van verweerder.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

10 juni 2016
Eerste Kamer
15/00704
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,
t e g e n
de vennootschap naar Chileens recht CHILEAN LUMBER COMPANY S.A.,
gevestigd te San Bernardino, Chili,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en CLC.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 295743/HA ZA 10-2342 van de rechtbank Utrecht van 12 januari 2011, 1 juni 2011, 7 september 2011 en 4 april 2012 en het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 20 februari 2013;
b. de arresten in de zaak 200.123.463 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 juli 2013 en 21 oktober 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 21 oktober 2014 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen CLC is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van CLC begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
10 juni 2016.