ECLI:NL:HR:2016:120

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 januari 2016
Publicatiedatum
28 januari 2016
Zaaknummer
15/03111
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in bestuursrechtelijke belastingzaak

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland inzake het verzet tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De klacht van belanghebbende werd door de Hoge Raad beoordeeld, waarbij de Staatssecretaris van Financiën een verweerschrift indiende en belanghebbende een conclusie van repliek.

De Hoge Raad oordeelde dat de klacht niet tot cassatie kan leiden omdat deze geen rechtsvragen bevat die relevant zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Daarom was geen nadere motivering vereist.

Verder achtte de Hoge Raad geen gronden aanwezig om proceskosten aan belanghebbende op te leggen. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Fierstra, Groeneveld en Wortel en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2016.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

29 januari 2016
Nr. 15/03111
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Noord-Hollandvan 4 juni 2015, nr. HAA 15/1042 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 15 december 2014.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klacht

De klacht kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klacht niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2016.