Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid
4.Beslissing
17 juni 2016.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft verzoekster tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad verwijst naar het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland en het arrest van het gerechtshof als feitelijke instanties in het geding.
De Procureur-Generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a lid 1 van het Wetboek van Rechtsvordering, omdat verzoekster onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep en de aangevoerde klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad volgt dit advies en oordeelt dat de klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 17 juni 2016 gewezen en in het openbaar uitgesproken door raadsheer G. de Groot.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.