Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
5.Beslissing
21 juni 2016.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor poging tot doodslag op politieagent X, waarbij hij als bestuurder van een personenauto het opzet had de agent van het leven te beroven. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van veertien maanden.
De verdachte stelde cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, met een voorstel tot strafvermindering. De Hoge Raad oordeelde dat het middel dat het opzet van de verdachte betrof, niet tot cassatie kon leiden.
Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden in de cassatiefase. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van veertien naar dertien maanden.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de duur van de straf en verwierp het beroep voor het overige. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 21 juni 2016.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd van veertien naar dertien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.