Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4.Beslissing
28 juni 2016.
Hoge Raad
De verdachte werd veroordeeld voor het met ontuchtig oogmerk laten getuige zijn van seksuele handelingen aan twee meisjes van vijf jaar door in zijn garage zijn gulp te openen en zijn ontblote penis te tonen. Het hof oordeelde dat dit handelen valt onder het ruime begrip 'seksuele handelingen' zoals bedoeld in art. 248d Sr, dat kinderen onder de zestien beschermt tegen schadelijke seksuele beïnvloeding.
De verdachte stelde in cassatie dat het begrip 'seksuele handelingen' te ruim werd geïnterpreteerd, maar de Hoge Raad verwierp dit verweer. De wetsgeschiedenis en het beschermingsdoel van art. 248d Sr ondersteunen een ruime uitleg, mede omdat het Verdrag van Lanzarote vereist dat kinderen worden beschermd tegen schadelijke seksuele invloeden, ook wanneer zij slechts getuige zijn.
De Hoge Raad bevestigde dat het tonen van de ontblote penis in beslotenheid aan twee vijfjarige meisjes als seksuele handelingen moet worden aangemerkt. Het cassatieberoep werd verworpen omdat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk was en geen onjuiste rechtsopvatting bevatte. De strafrechtelijke kwalificatie en bewezenverklaring bleven daarmee in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het hofarrest bevestigd dat het tonen van de ontblote penis aan twee vijfjarige meisjes valt onder seksuele handelingen ex art. 248d Sr.