ECLI:NL:PHR:2018:31
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg bestanddeel ontuchtig oogmerk bij seksueel corrumperen minderjarige
In deze zaak staat de uitleg van het bestanddeel 'ontuchtig oogmerk' in art. 248d Sr centraal, dat het seksueel corrumperen van een minderjarige strafbaar stelt. De verdachte en haar medeverdachte werden ervan verdacht hun minderjarige kinderen getuige te hebben laten zijn van SM-handelingen met een ontuchtig oogmerk. Het hof sprak de verdachte vrij van dit primair tenlastegelegde feit wegens gebrek aan bewijs van ontuchtig oogmerk, maar veroordeelde haar voor het subsidiair tenlastegelegde feit van schennis van de eerbaarheid (art. 239 lid 3 Sr Pro).
De Hoge Raad bevestigt dat het bestanddeel 'ontuchtig oogmerk' een seksuele intentie vereist, aansluitend bij het Verdrag van Lanzarote en de wetsgeschiedenis. Enkel het overschrijden van sociaal-ethische normen zonder seksuele motieven is onvoldoende. De verklaring van de dochter van de verdachte dat de handelingen bedoeld waren om haar later naar een SM-club te laten gaan, werd door het hof terzijde geschoven wegens gebrek aan steun in het dossier.
Het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie, dat het hof het begrip ontuchtig oogmerk te beperkt zou hebben uitgelegd, faalt. Ook het cassatieberoep van de verdachte tegen de bewezenverklaring van schennis van de eerbaarheid wordt verworpen. De Hoge Raad benadrukt dat voor dat delict voorwaardelijk opzet volstaat en dat het hof terecht oordeelde dat de verdachte en medeverdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardden dat hun gedrag kwetsend was voor het normaal ontwikkelde schaamtegevoel van de minderjarige kinderen.
De zaak illustreert de nauwe interpretatie van het begrip ontuchtig oogmerk in art. 248d Sr en het onderscheid met het minder zware delict van schennis van de eerbaarheid. De Hoge Raad bevestigt dat het seksuele motief essentieel is voor strafbaarheid onder art. 248d Sr en dat sociaal-ethische overschrijdingen zonder dat motief niet volstaan.
De conclusie van de Hoge Raad is dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en dat de vrijspraak en veroordeling in hoger beroep rechtens standhouden.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt dat ontuchtig oogmerk seksuele intentie vereist en wijst cassatieberoepen af; verdachte vrijgesproken van seksueel corrumperen, veroordeeld voor schennis van de eerbaarheid.