Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
zetelende te Den Haag,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
4.Beslissing
8 juli 2016.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft eiseres cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin een geschil over een vermeende onrechtmatige overheidsdaad en de ontneming van eigendom aan de orde was. De kern van het geschil betrof de vraag of het verbod op handel in dierenporno, zoals neergelegd in de Wet van 4 maart 2010, een onrechtmatige overheidsdaad opleverde en of sprake was van een onevenredig nadeel in de zin van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Den Haag en het arrest van het gerechtshof Den Haag voor de feitelijke gang van zaken. In cassatie heeft eiseres meerdere klachten aangevoerd, maar de Hoge Raad oordeelt dat deze klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist, omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wijst het beroep van eiseres af en veroordeelt haar in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee wordt het arrest van het gerechtshof bekrachtigd en blijft de eerdere beoordeling van het geschil in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.