Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2016:1439

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2016
Publicatiedatum
7 juli 2016
Zaaknummer
15/00828
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1 Eerste Protocol EVRMWet van 4 maart 2010, Stb. 111
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep in cassatie inzake onrechtmatige overheidsdaad en eigendomsontneming

In deze zaak heeft eiseres cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin een geschil over een vermeende onrechtmatige overheidsdaad en de ontneming van eigendom aan de orde was. De kern van het geschil betrof de vraag of het verbod op handel in dierenporno, zoals neergelegd in de Wet van 4 maart 2010, een onrechtmatige overheidsdaad opleverde en of sprake was van een onevenredig nadeel in de zin van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Den Haag en het arrest van het gerechtshof Den Haag voor de feitelijke gang van zaken. In cassatie heeft eiseres meerdere klachten aangevoerd, maar de Hoge Raad oordeelt dat deze klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist, omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wijst het beroep van eiseres af en veroordeelt haar in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee wordt het arrest van het gerechtshof bekrachtigd en blijft de eerdere beoordeling van het geschil in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

8 juli 2016
Eerste Kamer
15/00828
LZ/RB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,
t e g e n
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Veiligheid en Justitie),
zetelende te Den Haag,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. S.M. Kingma.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en de Staat.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 408064/HA ZA 11-2741 van de rechtbank Den Haag van 1 augustus 2012 en 9 januari 2013;
b. het arrest in de zaak 200.126.688/01 van het gerechtshof Den Haag van 21 oktober 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de Staat mede door mr. M.H.K. Jansen.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 25 mei 2016 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, G. Snijders, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
8 juli 2016.