Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Amsterdam,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
4.Beslissing
8 juli 2016.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of de echtgenoot, die in relatie tot Dexia als partij bij een aandelenleaseovereenkomst geldt, zich kan beroepen op artikel 1:88 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De procedure begon bij de kantonrechter te Amsterdam met vonnissen in 2011 en 2012, waarna het gerechtshof Amsterdam in 2014 een arrest uitbracht dat aan het arrest van de Hoge Raad is gehecht.
De eiseres stelde in cassatie dat zij zich op artikel 1:88 BW Pro kon beroepen, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad zag geen aanleiding om rechtsvragen te beantwoorden die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwierp het beroep en veroordeelde de eiseres in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Polak en Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer De Groot.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de echtgenoot wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.