ECLI:NL:HR:2016:1442

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2016
Publicatiedatum
7 juli 2016
Zaaknummer
15/01274
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:88 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep echtgenoot op artikel 1:88 BW bij aandelenleaseovereenkomst

In deze zaak stond centraal of de echtgenoot, die in relatie tot Dexia als partij bij een aandelenleaseovereenkomst geldt, zich kan beroepen op artikel 1:88 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De procedure begon bij de kantonrechter te Amsterdam met vonnissen in 2011 en 2012, waarna het gerechtshof Amsterdam in 2014 een arrest uitbracht dat aan het arrest van de Hoge Raad is gehecht.

De eiseres stelde in cassatie dat zij zich op artikel 1:88 BW Pro kon beroepen, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad zag geen aanleiding om rechtsvragen te beantwoorden die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwierp het beroep en veroordeelde de eiseres in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Polak en Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer De Groot.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de echtgenoot wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

8 juli 2016
Eerste Kamer
15/01274
RM/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. E.H. van Staden ten Brink,
t e g e n
DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. R.M. Hermans en mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Dexia.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 1287397 DX EXPL 11-406 van de kantonrechter te Amsterdam van 14 december 2011, 28 maart 2012 en 4 juli 2012;
b. het arrest in de zaak 200.142.872/01 van het gerechtshof Amsterdam van 18 november 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Dexia heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Dexia begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
8 juli 2016.