Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
5 juli 2016.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een klaagschrift van een derde, die stelt eigenaar te zijn van een inbeslaggenomen Volkswagen Golf die tijdens een drugsonderzoek onder verdachte is gelegd. De rechtbank verklaarde het klaagschrift ongegrond omdat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat de auto zou worden verbeurdverklaard vanwege het aantreffen van harddrugs in de auto en het gebruik door verdachte.
De Hoge Raad stelt dat de rechtbank weliswaar het juiste toetsingskader hanteerde, maar de maatstaf niet correct toepaste door het standpunt van de klaagster over haar eigendom en onwetendheid over het criminele gebruik van de auto onbesproken te laten. Volgens art. 33a Sr moet dit standpunt wel worden betrokken bij de beoordeling.
De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van de beschikking dat het klaagschrift ongegrond verklaarde en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe beoordeling van het klaagschrift met inachtneming van het eigendomsstandpunt van klaagster. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het deel van de beschikking dat het klaagschrift ongegrond verklaarde en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling van het eigendom en het beslag.