ECLI:NL:HR:2016:1484

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2016
Publicatiedatum
8 juli 2016
Zaaknummer
15/01009
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling cassatieberoep inzake private aanbesteding schoonmaakwerkzaamheden en contractsvrijheid

In deze zaak stond een geschil centraal over een private aanbesteding van schoonmaakwerkzaamheden waarbij [eiseres] een beroep deed op de aanbestedingsvoorwaarden. De zaak bouwt voort op eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad, waaronder het arrest van 3 mei 2013, waarin de verhouding tussen contractsvrijheid en het gelijkheids- en transparantiebeginsel bij aanbestedingen werd behandeld.

Het hof Den Haag had eerder geoordeeld en het arrest van het hof vormde de basis voor het cassatieberoep van [eiseres]. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Daarbij werd overwogen dat het beroep op de aanbestedingsvoorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was.

De Hoge Raad verwijst in haar oordeel naar artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en stelt dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding, waarbij de kosten aan de zijde van KLM zijn begroot op een bedrag van € 4.852,34. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer G. de Groot.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

8 juli 2016
Eerste Kamer
15/01009
RBO/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden,
t e g e n
KONINKLIJKE LUCHTVAART MAATSCHAPPIJ N.V.,
gevestigd te Amstelveen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en KLM.

1.Het geding

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het arrest in de zaak 12/00539 ECLI:NL:HR:2013:BZ2900, NJ 2013/572 van de Hoge Raad van 3 mei 2013;
b. het arrest in de zaak 200.130.446/01 van het gerechtshof Den Haag van 4 november 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het tweede geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
KLM heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor KLM mede door mr. M.E.M.G. Peletier.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 27 mei 2016 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van KLM begroot op € 2.652,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
8 juli 2016.