In deze zaak heeft de Hoge Raad op 29 januari 2016 arrest gewezen in een procedure betreffende de toepassing en beëindiging van de schuldsaneringsregeling. De verzoekster was onder de regeling geplaatst, terwijl de verweerster, Jude Trade, verzocht had deze regeling te beëindigen. Het hof had het vonnis van de rechtbank vernietigd en de schuldsaneringsregeling beëindigd, maar had geweigerd kennis te nemen van een laat ingediend verweerschrift van verzoekster.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte het verweerschrift buiten beschouwing had gelaten, omdat het Procesreglement verzoekschriftprocedures en de artikelen 282 lid 1 en 362 Rv bepalen dat een verweerschrift tot aanvang van de mondelinge behandeling kan worden ingediend en dat de rechter maatregelen kan nemen om de wederpartij voldoende gelegenheid te geven het stuk te bestuderen. Het hof had geen juiste rechtsopvatting gehanteerd door het verweerschrift niet toe te laten zonder nadere maatregelen.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden en verwees de zaak terug naar het hof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing. Tevens werd Jude Trade veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.