Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Slotsom
4.Beslissing
2 februari 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland inzake een klaagschrift tegen beslag op goederen en gelden van klager op grond van artikel 94 Sv Pro. De rechtbank had het klaagschrift ongegrond verklaard omdat zij onvoldoende gegevens had om het klaagschrift gegrond te verklaren.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank niet de juiste maatstaf heeft toegepast bij de beoordeling van het klaagschrift. De rechtbank had moeten beoordelen of het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave van de in beslag genomen goederen en gelden. De motivering van de rechtbank was ontoereikend omdat zij alleen stelde onvoldoende gegevens te hebben zonder de juiste toets toe te passen.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe behandeling en beslissing op het bestaande klaagschrift. De zaak wordt aldus opnieuw beoordeeld met inachtneming van de juiste maatstaf en motivering.
De beslissing is genomen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting op 2 februari 2016.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor hernieuwde beoordeling van het klaagschrift tegen beslag.