ECLI:NL:HR:2016:185

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 februari 2016
Publicatiedatum
4 februari 2016
Zaaknummer
15/04206
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingrechtelijke bestuursrechtzaak

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake een verzetprocedure in een belastingrechtelijke bestuursrechtzaak. De Hoge Raad heeft de klacht van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist omdat de klacht geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept.

De Hoge Raad heeft tevens overwogen dat er geen gronden zijn voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheren Fierstra, Groeneveld en Wortel en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2016. Hiermee is het beroep in cassatie ongegrond verklaard en blijft de uitspraak van de Rechtbank Den Haag in stand.

Deze uitspraak bevestigt de terughoudendheid van de Hoge Raad bij het aannemen van cassatieberoepen die geen wezenlijke rechtsvragen bevatten en benadrukt het belang van rechtszekerheid en efficiëntie in bestuursrechtelijke belastingzaken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard door de Hoge Raad.

Uitspraak

5 februari 2016
Nr. 15/04206
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Den Haagvan 27 juli 2015, nr. SGR 14/9861 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 28 mei 2015.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de klacht

De klacht kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klacht niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2016.