ECLI:NL:HR:2016:1924

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 augustus 2016
Publicatiedatum
12 augustus 2016
Zaaknummer
16/01769
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 AKWArt. 3 AKWArt. 6 AKWArt. 31 AKW
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in zaak Algemene Kinderbijslagwet

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, die op haar beurt het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam over een besluit van de Sociale Verzekeringsbank op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).

De Hoge Raad beoordeelde de klachten van belanghebbende en stelde vast dat het cassatieberoep niet was ingesteld wegens schending of verkeerde toepassing van artikel 2, 3 of 6 van de AKW, noch van de daarop berustende bepalingen. Omdat artikel 31 AKW Pro het cassatieberoep beperkt tot deze gronden, konden de klachten niet tot cassatie leiden.

De Hoge Raad oordeelde dat er geen gronden waren voor een veroordeling in proceskosten en verklaarde het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Het arrest werd uitgesproken op 12 augustus 2016 door raadsheren Schaap, Groeneveld en Van Hilten.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige grondslag in de Algemene Kinderbijslagwet.

Uitspraak

12 augustus 2016
nr. 16/01769
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z], Marokko(hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 11 maart 2016, nr. 13/5050 AKW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. 12/6014) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (hierna: de AKW).

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

2.Beoordeling van de klachten

Ingevolge artikel 31 van Pro de AKW kan beroep in cassatie worden ingesteld tegen uitspraken van de Centrale Raad ter zake van schending of verkeerde toepassing van artikel 2, 3 of 6 van die wet en de daarop berustende bepalingen.
Het onderhavige cassatieberoep is echter niet ingesteld ter zake van schending of verkeerde toepassing van een of meer van voormelde bepalingen. De klachten kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2016.