ECLI:NL:HR:2016:2129

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 september 2016
Publicatiedatum
20 september 2016
Zaaknummer
16/02522
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:74 AwbArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en gelast vergoeding griffierecht in bestuursrechtelijke zaak

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag onroerendezaakbelasting van de gemeente Borger-Odoorn over het jaar 2012.

Het hof had het oordeel van de rechtbank overgenomen dat belanghebbende recht had op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar had nagelaten de heffingsambtenaar te veroordelen tot vergoeding van het door belanghebbende betaalde griffierecht in hoger beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof op grond van artikel 8:74 Awb Pro verplicht was de heffingsambtenaar te veroordelen tot vergoeding van het griffierecht en vernietigde het hofarrest voor zover het daarin aan deze veroordeling ontbrak.

De Hoge Raad gelastte dat de heffingsambtenaar zowel het griffierecht in hoger beroep als het griffierecht in cassatie aan belanghebbende vergoedt. De overige klachten van belanghebbende werden verworpen en de proceskosten werden niet aan de wederpartij opgelegd.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard en de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.

Uitspraak

23 september 2016
nr. 16/02522
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 5 april 2016, nr. 14/00581, op het hoger beroep van de heffingsambtenaar van de gemeente Borger-Odoorn en het incidentele hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nr. LEE 13/787) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Borger-Odoorn voor het jaar 2012 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z]. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borger-Odoorn (hierna: het College) heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

2.1.1.
De klacht dat het Hof heeft verzuimd de heffingsambtenaar te veroordelen tot vergoeding van het door belanghebbende betaalde griffierecht in beroep van € 42, slaagt.
2.1.2.
De Rechtbank heeft aan belanghebbende een vergoeding toegekend van € 500 voor immateriële schade geleden wegens overschrijding van de redelijke termijn voor berechting van diens zaak. Aangezien het Hof het oordeel van de Rechtbank op dit punt heeft overgenomen, had het Hof op de voet van artikel 8:74 van Pro de Awb de heffingsambtenaar moeten veroordelen tot vergoeding aan belanghebbende van het in beroep betaalde griffierecht (zie Hoge Raad 20 maart 2015, nr. 14/01332, ECLI:NL:HR:2015:660, BNB 2015/198).
2.2.
De overige klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
2.3.
Gelet op hetgeen hiervoor onder 2.1.2 is overwogen kan ’s Hofs uitspraak niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, maar uitsluitend voor zover daarbij is verzuimd de heffingsambtenaar van de gemeente Borger-Odoorn te gelasten het griffierecht te vergoeden,
gelast dat de heffingsambtenaar van de gemeente Borger-Odoorn aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 42, en
gelast dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borger-Odoorn aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie betaalde griffierecht ten bedrage van € 124.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2016.