Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.De conclusie van de Advocaat-Generaal
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Slotsom
6.Beslissing
20 september 2016.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de aanvraagster was veroordeeld tot jeugddetentie wegens diefstal door twee of meer verenigde personen. De aanvraag tot herziening berustte op de stelling dat sprake was van een persoonsverwisseling, een gegeven dat bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend was.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de aanvraag gegrond moest worden verklaard en dat de tenuitvoerlegging van het arrest geschorst of opgeschort moest worden. De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat het ernstige vermoeden bestond dat, indien de persoonsverwisseling bekend was geweest, de aanvraagster vrijgesproken zou zijn.
Daarom verklaarde de Hoge Raad de aanvraag tot herziening gegrond, schortte de tenuitvoerlegging van het arrest op en verwees de zaak naar het Gerechtshof Den Haag voor een nieuwe berechting conform art. 472, tweede lid, Sv.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herziening gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor nieuwe berechting.